A A A









					

Veelgestelde vragen

Moet je thuis Nederlands praten? Is het schadelijk wanneer je als ouder je moedertaal (die niet het Nederlands is) praat? Wat is een goede methode om kinderen meertalig op te voeden? Met welke regelmaat spreek je thuis een andere taal opdat je kind vaardig zou worden in deze taal? Deze en nog een twintigtal andere belangrijke vragen worden hieronder beantwoord.


  • Wat verstaan we onder de term 'meertaligheid'?

    Een meertalige spreker wordt vaak gedefinieerd als een persoon die meerdere talen beheerst op hetzelfde niveau als een moedertaalspreker zijn eerste taal beheerst. Dit blijkt in de praktijk echter niet zo regelmatig voor te komen. Wanneer wij het hebben over meertaligheid richten we ons op de meer voorkomende variant: individuen die zich in de ene situatie kunnen/moeten uiten in de ene taal, terwijl ze zich op een ander moment beroepen op een andere taal. Bv. een zesjarig Spaans meisje dat pas onderwijs in Vlaanderen volgt, kent enkel de Nederlandse benaming van wiskundetermen. Daarnaast kent ze enkel slaapliedjes in het Spaans en niet in het Nederlands. Iemand is dus meertalig wanneer er afwisselend meer dan één taal gebruikt wordt om met relevante gesprekspartners te communiceren.

    Er wordt een onderscheid gemaakt tussen simultane (gelijktijdige) en successieve (opeenvolgende) meertaligheid:

    Simultane meertaligheid vindt plaats wanneer een kind opgroeit in een omgeving waar vanaf begin af aan meerdere talen tegelijkertijd worden aangeboden. Bv. vader spreekt vanaf de geboorte Turks met het kind, moeder Nederlands.

    We spreken van successieve meertaligheid wanneer een kind pas op een later moment geconfronteerd wordt met een nieuwe taal. De eerste taal is al tot op een redelijk niveau verworven. Bv. een Noors meisje dat op achtjarige leeftijd met haar ouders in Vlaanderen komt wonen en op school voor het eerst geconfronteerd wordt met de Nederlandse taal.
  • Wordt Nederlands minder belangrijk wanneer andere talen worden gestimuleerd?

    Neen! Een goede beheersing van het Nederlands is onontbeerlijk voor de ontplooiingskansen van elk individu in onze samenleving. Het belang van de Nederlandse taalverwerving wordt dus geenszins in vraag gesteld. Hier gaat het om een én-én verhaal: én Nederlands én een positieve attitude tegenover de thuistaal.
  • Wat is de minimum- en maximumleeftijd om met het leren van een andere taal te starten?

    Iedereen, zowel jong als oud, is in staat om meerdere talen te leren! Wil men de taalverwerving op een zo natuurlijke wijze laten verlopen, bestaat de consensus dat het contact met de verschillende talen best zo vroeg mogelijk plaatsvindt. Hoe jonger, hoe vatbaarder kinderen voor het verwerven van een taal. Zo staan kinderen tijdens de eerste drie levensjaren optimaal open voor talige invloeden van ouders en primaire verzorgers uit de omgeving. De taalgevoelige periode blijft doorlopen tot de leeftijd van zeven à negen jaar.
    Na deze leeftijd zijn kinderen (én volwassenen) nog steeds in staat om een taal te leren, alleen zal een gerichtere aanpak aangewezen zijn en zal het de lerende meer moeite kosten om zich tot een goede taalbeheerser te ontwikkelen. Er staat dus geen maximumleeftijd op het leren van een nieuwe taal.
  • Moet je intelligent zijn om meerdere talen te kunnen beheersen?

    Wetende dat de meerderheid van de wereldbevolking meertalig is én een gemiddelde begaafdheid heeft, kunnen we besluiten dat een hoge intelligentie niet noodzakelijk is voor het beheersen van meerdere talen.
  • Wanneer 'beheers' je een taal?

    Iemand beheerst een taal wanneer hij/zij in staat is om met relevante gesprekspartners in zijn/haar leven te communiceren. Een taal beheersen betekent dus niet dat men een taal in al haar aspecten machtig moet zijn. Het is zelfs zo dat mensen, ook ééntaligen, nooit tot een volledige beheersing van een taal kunnen komen.
  • Wat zijn de voor- en nadelen van een meertalige opvoeding?

    Er zijn sterke, wetenschappelijk onderbouwde argumenten voor de stelling dat andere thuistalen dan het Nederlands ook een plaats moeten krijgen binnen het pedagogisch gebeuren:

    Sociaal-emotioneel welzijn

    De taal is een wezenlijk bestanddeel van onze identiteit. Erkenning en waardering van de thuistaal leidt daarom tot een hoger welbevinden, een beter eigenwaardegevoel en een sterkere en positievere identiteitsvorming bij kinderen. Door de thuistaal als een kracht te aanschouwen, en niet als een obstakel, tonen we respect voor de keuze van ouders. Bovendien praten ouders best met het kind in de taal die ze het beste kunnen, waarin ze denken en voelen. Zo verloopt de opvoeding het spontaanst en komen interacties niet ‘gekunsteld’ over. In de eigen taal kan het meest verteld worden en staan ouders het sterkst. Het spreken van de thuistaal versterkt daarnaast de band tussen ouders, het kind en de roots.

    Cognitieve meerwaarde

    Meertaligheid maakt kinderen weliswaar niet slimmer; toch bestaat de evidentie dat meertaligheid een positieve bijdrage levert aan het taalbewustzijn, de taalgevoeligheid en het metalinguïstisch bewustzijn.

    Een opstap naar het leren van Nederlands

    Een veelgehoorde mythe is dat het spreken van de thuistaal de kennis van het Nederlands belemmert. Wetenschappelijk onderzoek haalt deze mythe onderuit door bewijs te leveren dat het benutten van de thuistaal de Nederlandse taalvaardigheid van kinderen bevordert. Het kind bouwt namelijk voort op de fundamenten die het al in de moedertaal verworven had. Hieruit vloeit het belang voort om de moedertaal goed te onderhouden: het niveau van de moedertaal is medebepalend voor het niveau van de nieuwe taal.

    Thuistaal als steiger tot nieuwe kennis

    Het is zinvol om nieuwe vaardigheden of kennis (bv. abstracte concepten) eerst aan te brengen in de taal die het kind het best beheert. Zo ervaart het kind de minste barrières tot de nieuwe kennis en wordt er voorkomen dat het kind in een achterstandspositie terechtkomt.

    Naast de meerwaarde die meertaligheid kan bieden, moeten betrokkenen beseffen dat een meertalige opvoeding vaak meer inspanning, meer concentratie en meer bezig zijn met het kind vereist. Meertaligheid zal enkel tot succes leiden wanneer iedereen die veel tijd met het kind doorbrengt zich op dezelfde lijn bevindt. Wanneer de omstandigheden het niet toelaten om kinderen op een harmonieuze, stabiele en consequente manier meertalig op te voeden, kan meertaligheid leiden tot druk en stress bij het kind. Bovendien moeten meertalige gezinnen vaak opbotsen tegen de hardnekkige vooroordelen die in ons land rond meertaligheid heersen.
  • Belemmert aandacht voor meertaligheid het Nederlands van Nederlandstalige kinderen?

    Neen, Integendeel! Wanneer Nederlandstalige kinderen geconfronteerd worden met andere talen, worden ze aangezet tot reflectie over de eigen taal. Kinderen kunnen spontaan of onder begeleiding ontdekken dat hun taal bepaalde gelijkenissen of verschillen vertoont met andere talen. Contact met andere talen levert zo een positieve bijdrage aan het (Nederlandstalig) taalbewustzijn, de taalgevoeligheid en het metalinguïstisch bewustzijn.
  • Belemmert aandacht voor meertaligheid het Nederlands van anderstalige kinderen?

    Een veelgehoorde mythe is dat het spreken van de thuistaal de kennis van het Nederlands belemmert. Wetenschappelijk onderzoek haalt deze mythe onderuit door bewijs te leveren dat een goede kennis van de thuistaal de Nederlandse taalvaardigheid van kinderen bevordert. Het kind bouwt namelijk voort op de fundamenten die het al in de moedertaal verworven had. Hieruit vloeit het belang om de moedertaal goed te onderhouden: het niveau van de moedertaal is medebepalend voor het niveau van de nieuwe (Nederlandse) taal.
  • Bestaat het risico dat een kind dat meertalig opgroeit geen enkele taal voldoende zal beheersen?

    Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de kwaliteit en kwantiteit van het taalaanbod. Voldoende interactiemogelijkheden en een veelzijdig taalaanbod zorgen ervoor dat het risico dat het kind geen enkele taal voldoende zal beheersen, minimaal is.

    Sta ook een keertje stil bij wat ‘een taal voldoende beheersen’ voor jou exact inhoudt. Verwacht je dat het kind een moedertaalspreker wordt in een bepaalde taal of ben je al tevreden wanneer het enkele woordjes kan uitwisselen met de grootouders? Wees daarenboven realistisch in je verwachtingen naar het kind toe, een taal leren vraagt immers veel tijd en energie.
  • Wat doen als kinderen verschillende talen vermengen?

    Meertalige kinderen komen op jonge leeftijd in een fase terecht waarin ze talen door elkaar gebruiken bv. binnen één gesprek van taal veranderen, meerdere talen in één zin gebruiken grammaticaregels van de ene taal toepassen op de andere. Ouders of andere betrokkenen hoeven zich in eerste instantie niet ongerust te maken. Deze fase is meestal van voorbijgaande aard. Als volwassene kan je hierop inspelen door zelf consequent talen te scheiden, het goede voorbeeld te geven of taalregels expliciet uit te leggen. Indien het onbewust (!) mixen van talen blijft aanhouden na de leeftijd van acht jaar en voor een belemmering in het dagelijkse leven zorgt, zoekt men best professioneel advies.
  • Wat doen als de thuistaal van een meertalig kind stagneert of achteruitgaat?

    De meertalige opvoeding vertoont vaak kenmerken die in eerste instantie problematisch lijken.

    Eigen aan de meertalige opvoeding is ‘de stille periode’. Zie hiervoor de vragen: Hoe gaan we om met een ‘stille periode’ bij het leren van een nieuwe taal? En Hoe gaan we om met een ‘stille periode’ in de moedertaal?

    Daarnaast kunnen er zich ook periodes van taalverlies voordoen, zeker wanneer een taal niet met zekere regelmaat wordt gebruikt. Taalverlies zal alleen spontaan verdwijnen (en zich dus terug in winst omzetten) als het aanbod opnieuw wordt versterkt. Zo niet verdwijnt de taal meer en meer op de achtergrond.

    Wanneer bovenstaande situaties zich voordoen, is het belangrijk als volwassene de moed niet op te geven, maar het kind talig te blijven stimuleren:

    • Maak taal aantrekkelijk door er leuke activiteiten aan te koppelen (liedjes zingen, gezellig samen boekjes lezen, samen televisie kijken of gezelschapsspelletjes spelen, …).
    • Verwoord handelingen van jezelf en/of van het kind.
    • Wees enthousiast in je communicatie met het kind. Je enthousiasme maakt kinderen warm om zelf te experimenteren met taal. Geef geregeld complimentjes over wat het kind al kan, toon dat je fier bent.
  • Wat doen als het Nederlands van een meertalig kind stagneert of achteruitgaat?

    De meertalige opvoeding vertoont vaak kenmerken die in eerste instantie problematisch lijken.

    Eigen aan de meertalige opvoeding is ‘de stille periode’. Zie hiervoor de vragen: Hoe gaan we om met een ‘stille periode’ bij het leren van een nieuwe taal? En Hoe gaan we om met een ‘stille periode’ in de moedertaal?

    Daarnaast kunnen er zich ook periodes van taalverlies voordoen, zeker wanneer een taal niet met zekere regelmaat wordt gebruikt. Taalverlies zal alleen spontaan verdwijnen (en zich dus terug in winst omzetten) als het aanbod opnieuw wordt versterkt. Zo niet verdwijnt de taal meer en meer op de achtergrond.

    Wanneer bovenstaande situaties zich voordoen, is het belangrijk als volwassene de moed niet op te geven, maar het kind talig te blijven stimuleren:

    • Maak taal aantrekkelijk door er leuke activiteiten aan te koppelen (liedjes zingen, gezellig samen boekjes lezen, samen televisie kijken of gezelschapsspelletjes spelen, …).
    • Toon dat je zelf Nederlands kan/durft gebruiken ook al spreek je het niet zo goed.
    • Wees enthousiast in je communicatie met het kind. Je enthousiasme maakt kinderen warm om zelf te experimenteren met taal. Geef geregeld complimentjes over wat het kind al kan, toon dat je fier bent.
  • Moet ik als ouder alle talen van de kinderen kennen om positief met hun meertaligheid om te gaan?

    Het is absoluut geen vereiste om alle talen van een kind te beheersen. Positief omgaan met de meertaligheid van een kind omvat enorm veel mogelijkheden, gaande van simpelweg een taal toelaten tot het communiceren in een bepaalde taal met het kind. Voorbeelden om op een constructieve manier om te gaan met een taal die je zelf niet spreekt:

    • Respect en openheid ten aanzien van alle talen tonen door bv. als ouder zelf enkele simpele woordjes leren, complimentjes te geven als het kind probeert, …
    • Meertalig materiaal (boekjes, cd’s, video’s, spelletjes…)voorzien.
    • Kinderen op regelmatige basis in contact laten komen met de betrokken talen(reizen, familieleden bezoeken, laten spelen met taalgenootjes…).

    Het is niet aan te raden een taal die je zelf onvoldoende beheerst te gebruiken in dagelijkse communicatie met het kind. Af en toe kan je wel tonen dat je probeert, durft fouten te maken en dat je dit belangrijk vindt.
  • Hoe verloopt een gezonde meertalige ontwikkeling?

    De meertalige taalverwerving van een kind kent, net zoals de eentalige ontwikkeling, een sterk individueel verloop. Hoewel de ontwikkeling volgens welbepaalde stappen verloopt, volgt elk kind daarin zijn eigen ritme.

    De meertalige ontwikkeling is bovendien afhankelijk van het type meertaligheid:

    Kinderen die simultaan meertalig worden opgevoed leren op dezelfde manier als eentalige kinderen. Deze kinderen doorlopen voor elke taal dezelfde stappen en fasen als eentalige leeftijdsgenoten. Er ontstaan twee taalsystemen die deels apart in de hersenen worden opgeslagen.

    De successieve meertalige ontwikkeling kent een ander verloop. In de tweede taal doorloopt men dezelfde fases als in de eerste taal maar deze kinderen slaan enkele stappen over. Dat komt omdat ze zich baseren op de kennis van de eerste taal, waarin ze reeds veel leerden en zich al kunnen uitdrukken. Er worden als het ware taalstructuren van de ene naar de andere taal overgedragen.

    De meertalige opvoeding vertoont wel vaker kenmerken die in eerste instantie problematisch lijken:

    Ten eerste ligt het tempo van de spraakontwikkeling bij meertalige kinderen lager omdat het extra tijd kost om elk begrip van meerdere labels te voorzien. Ten tweede gaan meertalige kinderen soms talen vermengen. Daarnaast kan het zijn dat het kind een lange tijd in een bepaalde taal niets zegt als het voor het eerst met die taal geconfronteerd wordt. Het begrijpt al veel, maar voelt zichzelf niet zeker om zich in die taal te uiten. Dit fenomeen staat bekend als de ‘stille periode’. Tenslotte zetten meertalige kinderen soms foutief structuren uit de ene taal over naar de andere taal. Dit zijn normale verschijnselen die spontaan zullen verdwijnen.

    Door je bewust te zijn van bovenstaande taalverwervingsfases vergroot de kans dat je meertalige kinderen beter kan begrijpen en begeleiden in hun taalleerproces. Gouden regels gedurende het hele verloop zijn:

    • Observeer en wees geduldig.

    • Dwing het kind niet tot spreken, maar blijf wel tegen het kind praten.

    • Ga positief in op elke poging tot communicatie.
  • Moet je thuis Nederlands praten?

    Elke ouder, leerkracht, directie, professional…is oprecht bezorgd om de leer- en groeikansen van onze kinderen. Met de beste bedoeling wordt vaak de raad meegegeven aan ouders om thuis Nederlands te praten, ook als beide ouders het Nederlands niet voldoende machtig zijn. Dit advies is foutief!

    Waarom?

    • De thuistaal staat het leren van het Nederlands niet in de weg. Integendeel, de thuistaal vormt een basis waarop het Nederlands zich verder kan opbouwen. Het is niet óf thuistaal óf Nederlands, maar én-én. Indien de fundamenten in de thuistaal nog niet voldoende aanwezig zijn, is het aan te raden deze te versterken vooraleer men de Nederlandse taal aanbrengt.
    • Wil een kind een taal goed beheersen, dan is een rijk taalaanbod een belangrijke voorwaarde.
    • Ouders praten best met het kind in de taal die ze het beste kunnen, waarin ze denken en voelen. Zo verloopt de opvoeding het spontaanst en komen interacties niet ‘gekunsteld’ over. In de eigen taal kan het meest verteld worden en staan ouders het sterkst. Bovendien versterkt het spreken van de thuistaal de band tussen ouders, het kind en de roots.

    Het blijft wel van belang dat ouders een positieve houding aannemen en waardering tonen tegenover de Nederlandse taal. Zodoende blijft het kind gemotiveerd om met het Nederlands aan de slag te gaan. Ouders kunnen dit doen door zelf een beetje Nederlands te leren en dit ook te gebruiken in bepaalde situaties (bv. in communicatie met de school). Zo worden ouders vooral een model dat aantoont dat ‘durven spreken’ belangrijk is, dat taal ‘communicatie’ is. Ouders die het Nederlands angstvallig vermijden geven hun kinderen soms dit gevoel van onzekerheid mee of het gevoel dat je perfect moet zijn in een taal vooraleer je iets kan zeggen.
  • Is het schadelijk als je als ouder 'gebrekkig' Nederlands met je kinderen spreekt?

    De kernboodschap die we willen meegeven is dat ouders best praten met het kind in de taal die ze het beste kunnen, waarin ze denken en voelen. Zo verloopt de opvoeding het spontaanst en komen interacties niet ‘gekunsteld’ over. In de eigen taal kan het meest verteld worden en staan ouders het sterkst. Bovendien versterkt het spreken van de thuistaal de band tussen ouders, het kind en de roots. Door de taal te spreken die je goed spreekt, word je ook een goed model voor je kind. Het kind neemt immers de taalstructuren, woordenschat, grammatica…over die het hoort. Natuurlijk is het niet schadelijk als kinderen thuis af en toe ‘gebrekkig’ Nederlands horen, zolang er thuis maar voldoende en rijk aanbod is in een taal die men wel goed beheerst.
  • Wat is een goede methode om kinderen meertalig op te voeden?

    Er bestaat geen zaligmakende manier waarop alle kinderen het best meertalig opgroeien. De meest gepaste manier hangt nauw samen met het unieke gezins- en taalverhaal.

    Er bestaan wel enkele aanbevelingen die het meertalig opgroeien kunnen ondersteunen of vlotter doen verlopen:

    • Laat het kind op zo vroeg mogelijke leeftijd in contact komen met verschillende talen. Hoe jonger het kind, hoe gemakkelijker het kind een taal leert. Blijf wel steeds realistisch en verwacht niet dat kinderen op jonge leeftijd perfect al deze talen zullen spreken.

    • Zorg voor een duidelijke scheiding tussen de talen. Maak heldere afspraken over het gebruik van de ene en de andere taal, maar forceer dit niet. Bijvoorbeeld:
      -Eén-Ouder-Eén-Taal-methode: elke ouder spreekt in één taal tegen het kind.
      -Eén-Situatie-Eén-Taal-methode: een scheidingsprincipe afhankelijk van de situatie, bv. praten over school in het Nederlands, voorlezen in het Italiaans; binnenshuis de thuistaal, buitenshuis Nederlands.
      -De eerste zin telt: de taal gebruiken waarin men de conversatie gestart is.

    • Spreek in de taal die je het meeste vertrouwen en veiligheid biedt.

    • Neem een positieve houding aan tegenover alle talen van het kind.

    • Zorg ervoor dat het kind voldoende en op regelmatige basis in contact komt met de talen die je echt wil leren gebruiken. Hoe groter en rijker het taalaanbod en hoe meer interactiemogelijkheden in een taal, hoe beter een kind die taal zal leren.

    • Het is in het belang van het kind dat iedereen die veel tijd met het kind doorbrengt zich op dezelfde golflengte bevindt. Bespreek en overleg met elkaar tot jullie tot heldere afspraken komen!
  • Kan een kind een taal leren door televisie te kijken en/of computerspelletjes te spelen?

    Televisie en/of computerspelletjes kunnen kinderen inderdaad helpen een taal beter te beheersen en/of de woordenschat te verruimen. Televisiekijken of computerspelletjes spelen kan kinderen betrekken, boeien en een rijk taalaanbod aanbieden. Bij deze stelling dienen enkele belangrijke kanttekeningen gemaakt te worden:

    -Kinderen halen het meeste profijt uit levensechte conversaties. Televisieprogramma’s en/of computerspelletjes kunnen de meerwaarde van levensechte talige interacties nooit vervangen.

    -Kinderen onder de twee jaar oud halen niet veel uit televisie kijken wat taal betreft. Ze leren het best in interactie met anderen. Voor oudere kinderen kan televisie kijken wel leerzaam zijn, mits het educatieve programma’s betreft.

    -Educatieve programma’s en/of spelletjes hebben de volgende kenmerken:
    • Veel herhaling (vooral nuttig bij jonge kinderen)
    • Veel taalaanbod van hoge kwaliteit
    • Hoog aantal interacties (bv. programma’s of spelletjes waar rechtstreeks tegen het kind gesproken wordt en waar kinderen de mogelijkheid krijgen om te antwoorden; programma’s waarin interactie tussen echte mensen zichtbaar is) Zoniet zal de nieuwe kennis passief blijven.
    • Aansluitend bij de leeftijd, interesses en taalniveau van het kind
    • Verhogen kennis- en voorstellingsvermogen en werken denkstimulerend

    -Het is leuk en nuttig om regelmatig samen met het kind televisie te kijken of een computerspel te spelen; dit geeft nieuwe mogelijkheden tot interactie. Zorg er wel steeds voor dat televisiekijken of computerspelletjes spelen plezierig blijft en niet systematisch ontaardt in taallesjes.
  • Met welke regelmaat spreek je thuis een andere taal opdat je kind vaardig zou worden in deze taal?

    Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de verwachtingen van ouders omtrent het beheersingsniveau van die taal. Hopen ouders dat hun kind een taal zal spreken als een moedertaalspreker, dan is het onvoldoende om het taalaanbod te beperken tot de thuissituatie. Ouders zoeken in dit geval best naar mogelijkheden buitenshuis om de taal te versterken. Bv. kinderopvang, sportactiviteiten, muziekschool, jeugdbeweging,… waar de communicatie verloopt in die bepaalde taal. Voor ouders die tevreden zijn wanneer hun kinderen bijvoorbeeld op jaarlijkse vakantie naar Rusland enkele woordjes Russisch met hun grootouders kan wisselen, geldt natuurlijk een ander verhaal. In dit gezin zal het wel voldoende zijn om bijvoorbeeld enkel in het weekend Russisch te spreken.

    De algemene stelregel is: hoe meer gelegenheid een kind heeft om een taal te spreken, des te beter zal het ze leren.
  • Welke taal kies je als ouder om te spreken met je kind wanneer je verschillende talen beheerst?

    Ouders moeten (eventueel in samenspraak met professionals) in eerste plaats nagaan welke noden en verlangens er zijn op vlak van taal. Met welke ta(a)l(en) voelen de ouders zich sterk emotioneel verbonden? Welke ta(a)l(en) spreken ze met elkaar? Welke ta(a)l(en) worden er gesproken in hechte kring (met familie en vrienden)? Welke ta(a)l(en) zal het kind nodig hebben? Welke talen zullen deel uitmaken van de (sociale en culturele) identiteit van het kind? De taak van de professional is niet om hier een oordeel te vellen over de noden en wensen van ouders; wel om ouders te begeleiden in hun denkproces en het maken van een keuze. Ouders kiezen best voor de ta(a)l(en) waarin ze voelen, denken, en die ze het beste kunnen opdat de opvoeding zo natuurlijk en spontaan mogelijk gebeurt.

    Het blijft wel van belang dat ouders een positieve houding aannemen en waardering tonen tegenover de Nederlandse taal (bijvoorbeeld door zelf Nederlands te leren en het te gebruiken in het bijzijn van het kind), zodoende blijft het kind gemotiveerd om met het Nederlands aan de slag te gaan.
  • Hoe ga je om met taalfouten van je kind?

    Wat we willen is dat kinderen gemotiveerd blijven om een taal te spreken. Correcties mogen kinderen niet afschrikken om te experimenteren met taal. Door veelvuldig te wijzen op fouten van het kind bestaat het risico dat hij/zij zijn/haar zelfvertrouwen verliest, onzeker wordt en zich niet meer durft te uiten. Taal moet plezierig blijven! Daarom is het best dat ouders kinderen op een indirecte manier corrigeren. Dus als een kind ‘ik heb gedrinkt’ zegt, is het niet effectief om de les te spellen met ‘nee, je mag niet ‘gedrinkt’ zeggen, het is ‘gedronken’’. Wat je wel kan doen is in je eigen reactie het goede woord of de juiste zin laten horen. Bijvoorbeeld: ‘oh, wat heb jij gedronken?’. Een expliciete correctie van een taalfout levert niets op omdat jonge kinderen (onder de 7 à 8 jaar) niet in staat zijn te reflecteren over de vorm van taal. Bovendien moet nagegaan worden of het moment om een taalfout te verbeteren wel geschikt is. Wanneer het kind bijvoorbeeld triest is, staat de relatie ouder-kind voorop en zou een correctie enkel maar weerstand en frustratie oproepen. Vanaf de leeftijd van 7 à 8 jaar is het wel raadzaam om gerichte feedback te geven aan kinderen en taalregels expliciet aan te leren. Vanaf deze leeftijd leren kinderen immers minder spontaan van het goede voorbeeld en bestaat het risico dat fouten ingesleten geraken of dat kinderen systematisch stopwoorden en omschrijvingen gaan gebruiken. Vergeet zeker niet om op geregelde tijden complimentjes te geven voor wat wel goed gaat!
  • Bij wie kan je als ouder terecht wanneer je je zorgen maakt over de taalontwikkeling van je kind?

    Blijf niet alleen achter met je zorgen! Praat er in de eerste plaats over met de leerkracht of kinderopvang. Deze besteden ook heel wat tijd met je kind. Probeer samen te achterhalen of jullie hetzelfde ervaren en wat de eventuele oorzaak zou kunnen zijn van het probleem. Samen kunnen jullie peilen naar de kwaliteit en kwantiteit van het taalaanbod in de voor het kind relevante talen en naar de vaardigheden van het kind in deze talen. Zo kom je vaak al heel wat te weten. In bepaalde gevallen is de talige input die kinderen krijgen onvoldoende, waardoor het meer dan normaal is dat kinderen een taal (nog) niet perfect spreken en een taalachterstand oplopen. Zoek dan samen naar taalstimulerende activiteiten.

    Is het taalaanbod rijk, maar blijft het kind systematisch taalfouten maken, is het raadzaam dat jullie contact opnemen met de zorgcoördinator, het CLB, logopedisten, expertisecentra of revalidatiecentra om na te gaan of het om een taalstoornis gaat.

    Belangrijk om te vermelden is dat het fout is om te denken dat een meertalige opvoeding een taalstoornis veroorzaakt. Dat meertaligheid een bemoeilijkende factor is bij het vaststellen van taal- en spraakstoornissen is echter wel een feit. Het is in de praktijk geen evidentie een onderscheid te maken tussen taalachterstand (omwille van onvoldoende taalinput en oefenmogelijkheden) en een taalstoornis. Leidraad: er kan alleen worden gesproken van een taalstoornis als de problemen in alle talen die het kind leert tot uiting komen. Wanneer de problemen maar in één taal voorkomen dan gaat het om een (eventueel ernstige) vertraging of blokkade in die taal.
  • Zal een kind dat thuis uitsluitend een andere taal spreekt, kunnen volgen in het Nederlandstalig onderwijs?

    Onderzoek wijst uit dat het fout is anderstaligheid op zich te koppelen aan onderwijsachterstand. Bepalend is echter de manier waarop er met deze anderstaligheid wordt omgegaan, zowel thuis als op school. Wanneer in beide settings een positieve aandacht uitgaat naar alle talen die belangrijk zijn in het leven van het kind, wordt er een krachtige situatie gecreëerd waarin kinderen tot optimale leerkansen komen.
  • Hoe reageer je als een kind weigert te spreken?

    Het kan zijn dat een kind dat een taal weigert te spreken zich in ‘de stille periode’ bevindt. Dat is een fase (enkele weken tot enkele maanden) waarin het kind een lange tijd in een bepaalde taal niets zegt, terwijl het in een andere taal wel al tot spreken kwam. Het begrijpt al veel, maar voelt zichzelf niet zeker om zich in die taal te uiten. Deze periode is volkomen natuurlijk en gaat vanzelf weer over.

    Daarnaast kan het zwijgen gerelateerd zijn aan het sociaal-emotionele welzijn van het kind. Besteed daarom aandacht aan het gevoel dat je kind heeft bij die taal. Wil het niet opvallen? Is het bang om fouten te maken? Kent de taal een lage status en brengt het spreken in die taal schaamte met zich mee?...

    De enige manier om te weten wat er in het kind omgaat, is dit onderwerp bespreekbaar te maken. Zet het kind in geen geval onder druk, maar geef het tijd en ruimte om gewend te geraken aan de nieuwe taal. Dwing het kind niet tot het spreken van een taal, maar probeer ervoor te zorgen dat de omstandigheden voor het kind ideaal zijn om te experimenteren. Je kan ook proberen op speelse en laagdrempelige manieren de blokkering bij het kind te doorbreken, het spreken te stimuleren en spontane reacties uit te lokken. Bv. een gesprek via een medium (bv. pop), iets geks doen of fout zeggen,…
  • Maken we het onze kinderen moeilijk door hen meertalig op te voeden?

    Jonge kinderen zijn in staat om meer dan één taal op een natuurlijke manier te verwerven. Maar…ondanks het feit dat kinderen gemakkelijk nieuwe talen leren, beïnvloeden heel wat kind- en omgevingsfactoren het succes van de meertalige opvoeding.

    Gezinsfactoren:
    • Positieve houding ten opzichte van en aandacht voor alle talen in het leven van het kind
    • Warmte, stabiliteit, veiligheid, motivatie
    • Hoeveelheid en kwaliteit van de taal of talen thuis: rijk taalaanbod met veel interactiemogelijkheden
    • Bewuste keuzes waarbij alle betrokkenen zich comfortabel voelen

    Maatschappelijke factoren:
    • Hoeveelheid en kwaliteit van de taal of talen buitenshuis: rijk taalaanbod met veel interactiemogelijkheden
    • Status van de spreker en zijn taal in de maatschappij

    Kindfactoren:
    • Algemeen welbevinden
    • Aanleg voor taal
    • Interesses van het kind

    Indien bovenstaande factoren in individuele situaties niet gunstig uitdraaien, is het als professional toch aangewezen om respect te blijven tonen voor de keuze van de ouders.

    Bovendien zijn adviezen op deze website pas zinvol wanneer het welbevinden en de betrokkenheid van kinderen hoog is; met andere woorden wanneer kinderen zich veilig en goed voelen in de omgeving waarin ze zich bevinden en zich betrokken voelen bij wat er zich afspeelt in die omgeving. Welbevinden en betrokkenheid zijn basisvoorwaarden voor ieders ontwikkeling. Denk maar aan jezelf: als je bang bent om fouten te maken, ga je niets zeggen; en wanneer het gespreksonderwerp je niet boeit, ga je weinig ondernemen om er iets aan toe te voegen.
  • Hoe gaan we om met een ‘stille periode’ bij het leren van een nieuwe taal?

    Bij het leren van een nieuwe taal gaat begrijpen altijd voor op spreken.  Toch merken we soms dat een kind al heel wat begrijpt maar toch nog niet komt tot actief taalgebruik. We spreken dan van een ‘stille periode’.

    Dit kan verschillende redenen hebben.  Een mogelijke oorzaak is wat men noemt ‘de reductie-theorie’: een kind verkiest te zwijgen omdat het het gevoel heeft dat het zijn/haar verhaal of idee te sterk moet reduceren door te weinig taalvaardigheid.

    Het kan ook een soort stil protest zijn tegen de confrontatie met de nieuwe taal of een recente migratie. In andere gevallen speelt vooral het gevoel bij het kind dat het zijn communicatiebehoeften toch al kan vervullen in een andere taal: waarom het woord zakdoek leren als je een ‘mouchoir’ kan vragen.

    Tips om hiermee om te gaan:

    - zeker nooit het kind dwingen tot spreken

    - als ouder interesse tonen en de taal durven gebruiken ook al maak je fouten

    - contact met leeftijdsgenootjes in de nieuwe taal verhogen

  • Hoe omgaan met een ‘stille periode’ in de moedertaal?

    Wanneer kinderen een nieuwe taal leren, gebeurt het dat ze gedurende een periode nog niet komen tot spreken. We maken ons daar vaak minder zorgen over en beschouwen het als een normale ‘gewenningsperiode’. Soms gebeurt het echter ook dat kinderen beginnen te spreken in de moedertaal om er dan plots weer mee op te houden. Dit zou vaker voorkomen dan we denken. Wanneer de thuistaal in de ruimere omgeving weinig wordt gebruikt zou het zelfs om een  9% van de kinderen gaan, meestal rond de leeftijd van 5 jaar of jonger. Het blijkt dat deze stille periode vaak vrij lang duurt,  met een gemiddelde lengte van ruim twee jaar.

    Uit interviews met ouders blijkt emigratie, school start en/of een relatief langzame ontwikkeling van de moedertaal (t.o.v. de nieuwe taal) hierbij de oorzaak of aanleiding te zijn.

    Tips om hiermee om te gaan:

    - zeker nooit het kind dwingen tot spreken

    - contact met familie /vrienden verhogen die dezelfde taal spreken

    - de kans geven om moedertaallessen te volgen

    - speciale activiteiten doen blijkt minder effect te hebben, het gaat vooral om het verhogen van natuurlijk en spontaan contact met de taal.

    Men gaat er vaak vanuit dat de taal die ouders onderling spreken minder impact heeft op kinderen. Toch blijkt, zeker bij minderheidstalen, het positief te zijn wanneer ouders die taal onderling spreken. Stille periodes blijken in deze situatie veel minder voor te komen. In bepaalde gevallen kan het zelfs aan te raden zijn om thuis de minderheidstaal als enige of voornaamste communicatiemiddel naar voor te schuiven. Dit gebeurt ondermeer steeds meer bij Spaanstalige gezinnen in Amerika. Gezien het Engels daar zo sterk en dominant aanwezig is, blijkt dit de enige manier om een goede basis te leggen in het Spaans.